ECLI:NL:HR:1999:AB0421
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over waardering voorziening winstderving in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, houdster van alle aandelen in Y B.V., vormde een fiscale eenheid en had haar feitelijke leiding per 1 juni 1991 naar Curaçao verplaatst. Y B.V. hield zich bezig met handel in bioregulatoren, en in haar balans per 31 mei 1991 waren voorzieningen opgenomen waaronder een claim winstderving derden van 1.500.000 gulden. Deze claim was gebaseerd op een vonnis in kort geding dat later in hoger beroep werd vernietigd.
De Inspecteur stelde bij de aanslag vennootschapsbelasting 1991 het belastbare bedrag vast waarbij de voorziening winstderving deels werd vrijgevallen tot 750.000 gulden. Het hof had deze waardering gevolgd en de aanslag verminderd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof ten onrechte was uitgegaan van de veronderstelling dat de voorziening conform een compromis over 1989 was vastgesteld op 750.000 gulden, terwijl uit de stukken bleek dat de voorziening in de fiscale vermogensopstelling na het compromis volledig was vrijgevallen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor nader onderzoek naar de waarde in het economische verkeer van de voorziening winstderving per 31 mei 1991. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en werd bepaald dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de waarde van de voorziening winstderving per 31 mei 1991.