ECLI:NL:HR:1999:AE3816
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid bezwaar vennootschapsbelasting zonder voldoende motivering onjuist
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Het bezwaar tegen deze aanslag werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een motivering. Het Hof bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad onderzocht of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. Het hof had geoordeeld dat belanghebbende niet had voldaan aan het vereiste van een gemotiveerd bezwaarschrift volgens de Algemene wet bestuursrecht. De Hoge Raad stelde echter dat het hof een te strenge uitleg had gegeven aan de motiveringseis, mede gelet op de omstandigheden dat belanghebbende niet over alle informatie beschikte om haar verweer volledig te motiveren.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad twee procedurele punten over het splitsen van bezwaarschriften en het doen van afzonderlijke uitspraken door de Inspecteur. Hoewel deze punten gegrond werden bevonden, leidden zij niet tot cassatie. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, waarbij tevens werd bepaald dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Gerechtshof Arnhem.