Uitspraak
26 februari 1999.
Hoge Raad
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] vorderde betaling van een bedrag en de verklaring van waarde van conservatoir derdenbeslag tegen eiseres. Eiseres stelde een exceptie van onbevoegdheid en vorderde in reconventie betaling van een bedrag. Na faillissement van [A] nam de curator de procedure over. De rechtbank wees de vordering in conventie toe. Eiseres stelde hoger beroep in, waarna het hof de zaak aanhield voor het nemen van een akte.
Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het tussenarrest van het hof. De curator verzocht tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalde en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde. De zaak betreft een civielrechtelijk geschil over conservatoir derdenbeslag in het kader van een faillissement.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.