ECLI:NL:HR:2000:AA4058
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet-woninggebruik appartement
Belanghebbende, een BV actief in onroerend goed, kocht een appartement dat deel uitmaakt van een wooncomplex en richtte dit luxe in. Het appartement werd verhuurd aan Y B.V., die het gebruikte voor representatieve doeleinden, vergaderingen en incidentele overnachtingen van directieleden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat de vrijstelling voor woningverhuur niet van toepassing was.
Het hof oordeelde dat het appartement als woning werd gebruikt en handhaafde de aanslag. De Hoge Raad stelde echter vast dat het gebruik voor representatieve doeleinden en incidentele overnachtingen niet als woninggebruik kan worden aangemerkt. Hierdoor moest de aanslag aanzienlijk worden verminderd.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de uitspraak van de Inspecteur, stelde de naheffingsaanslag vast op een lager bedrag en veroordeelde de Staatssecretaris en Inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de woningvrijstelling in de omzetbelasting bij gemengd gebruik van onroerende zaken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot f 802,-- omdat het appartement niet als woning wordt gebruikt.