ECLI:NL:HR:2000:AA4065
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastbaar inkomen en informele kapitaalstortingen bij aandelenoverdracht
Belanghebbende was betrokken bij verschillende vennootschappen en exploitatie van onroerende zaken. Voor het jaar 1988 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep door het Hof Amsterdam werd verminderd. De discussie betrof onder meer de vraag of een betaling van f 3.300.000 door C N.V. aan H B.V. onderdeel was van de aankoopprijs van een onroerend goed en of een deel daarvan tot het belastbare inkomen van belanghebbende moest worden gerekend.
Het Hof oordeelde dat een bedrag van f 1.382.700 tot het belastbare inkomen behoorde als vrucht van aandelen of beloning voor arbeid, en dat de betaling geen onderdeel was van de aankoopprijs van het pand. Daarnaast was er discussie over informele kapitaalstortingen die de verkrijgingsprijs van aandelen H B.V. zouden verhogen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, omdat het Hof ten onrechte de bewijslast bij de Inspecteur had gelegd voor een informele kapitaalstorting van f 100.000. De Hoge Raad stelde dat belanghebbende de bewijslast draagt en dat het Hof onvoldoende had vastgesteld dat sprake was van een informele kapitaalstorting.
De Hoge Raad stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen van f 3.983.493, waarvan f 3.057.187 belast wordt tegen het bijzondere tarief. De proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 3.983.493,--.