ECLI:NL:HR:2000:AA4068
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens plaats van dienstgebruik in Zwitserland
Belanghebbende, een in Nederland gevestigde houdstermaatschappij met een Zwitserse aandelenportefeuille, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd door de Inspecteur. Deze aanslag werd gehandhaafd door het Hof, dat oordeelde dat de diensten van een Zwitserse bankinstelling aan belanghebbende in Nederland waren genoten.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat het Hof ten onrechte enkel de plaats van de afnemer als bepalend had gesteld voor het werkelijke gebruik van de diensten. De Hoge Raad stelde dat de plaats van het werkelijke gebruik de locatie is waar de diensten daadwerkelijk worden genoten, in dit geval Zwitserland, omdat de effecten waarop de diensten betrekking hadden zich daar bevonden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en de naheffingsaanslag. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling aan een ander gerechtshof.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd omdat het werkelijke gebruik van de diensten in Zwitserland plaatsvond.