ECLI:NL:HR:2000:AA4069

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 januari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35134
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • De Moor
  • Van Brunschot
  • Van Vliet
  • Lourens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de omzetbelasting 1968
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting gemeente Capelle aan den IJssel

De gemeente Capelle aan den IJssel kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1990 tot en met 1993. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd door de Inspecteur tot ƒ 3.114.060,--. De gemeente ging in beroep bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, dat de aanslag verder verminderde tot ƒ 3.104.060,--.

De gemeente stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de vermindering van de naheffingsaanslag en sluit het geschil af. De uitspraak werd op 5 januari 2000 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Capelle aan den IJssel wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd.

Uitspraak

Nr. 35134
5 januari 2000
gewezen op het beroep in cassatie van de gemeente Capelle aan den IJssel tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 27 januari 1999 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1990 tot en met 31 december 1993 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 3.114.060,--.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft vernietigd, en de naheffingsaanslag heeft verminderd tot op een bedrag van f 3.104.060,-- aan enkelvoudige belasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel van cassatie
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 5 januari 2000 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren De Moor, Van Brunschot, Van Vliet en Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.