ECLI:NL:HR:2000:AA4070
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over teruggaaf omzetbelasting bij verkoop gebruikte auto’s aan werknemers
Belanghebbende, een fiscale eenheid van autobedrijven, verkocht eind 1995 126 gebruikte auto’s tegen boekwaarde aan werknemers met de mondelinge toezegging dat deze auto’s in januari 1996 tegen dezelfde prijs terug konden worden verkocht. De werknemers tekenden orderbevestigingen, ontvingen facturen en sloten geldleningsovereenkomsten. De auto’s bleven op het bedrijfsterrein, de sleutels werden niet overhandigd en de kentekens werden op naam van de werknemers gesteld, maar deels geschorst.
Het hof oordeelde dat de verkoop niet tot eigendomsoverdracht aan de werknemers leidde en dat de auto’s niet als geleverd in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 konden worden beschouwd. Het hof verleende teruggaaf van omzetbelasting op basis van de verkoop aan werknemers. De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte de beschikking van de inspecteur vernietigde, omdat de inspecteur ambtshalve een teruggaaf had verleend die overeenkwam met het bedrag dat het hof toekende.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het hof en handhaafde de aangepaste beschikking van de inspecteur. Tevens wees de Hoge Raad het griffierecht toe aan belanghebbende. De uitspraak benadrukt dat juridische eigendom en feitelijke macht over goederen bepalend zijn voor de toepassing van de omzetbelasting en dat mondelinge afspraken en feitelijke omstandigheden zwaar wegen bij de beoordeling van levering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en handhaaft de door de inspecteur ambtshalve aangepaste beschikking inzake teruggaaf omzetbelasting.