ECLI:NL:HR:2000:AA4124
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling appelverbod en aard van incidentele vordering in beslagprocedure
In deze zaak stond centraal of een door eiser ingediende incidentele conclusie, gericht op opheffing van conservatoir beslag, kon worden aangemerkt als een provisionele eis in de zin van artikel 51 Rv Pro. en of tegen de daarop gegeven uitspraak hoger beroep mogelijk was. De Rechtbank had de incidentele conclusie aangemerkt als onderdeel van de hoofdzaak en een appelverbod verbonden aan de beslissing.
Het Gerechtshof verklaarde eiser niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen deze beslissing, omdat het oordeel was dat de vordering niet als provisionele eis kon worden gezien en de uitspraak als een incidenteel vonnis kwalificeerde, waartegen geen zelfstandig hoger beroep openstaat. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de vordering niet als provisionele eis kon worden aangemerkt en dat het appelverbod daarom van toepassing bleef. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt dat appelverbod geldt voor incidentele vordering tot opheffing beslag.