ECLI:NL:HR:2000:AA4335
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing ondernemerschap voor omzetbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode februari 1994 tot en met december 1995. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De zaak betrof de vraag of belanghebbende als ondernemer kon worden aangemerkt en dus recht had op aftrek van voorbelasting.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had vastgesteld dat belanghebbende geen verifieerbare gegevens had overgelegd die haar ondernemerschap aannemelijk maakten. Ondanks het voornemen van de directeur en enig aandeelhouder om advieswerkzaamheden te verrichten, was er geen sprake van daadwerkelijke economische activiteiten of het verwerven van opdrachten in de betreffende jaren.
De Hoge Raad verwierp het argument dat belanghebbende automatisch als ondernemer moest worden beschouwd op grond van het gehele vermogen. Ook de stelling dat gemaakte kosten en aantekeningen in de boekhouding voldoende bewijs waren, faalde omdat het Hof een vrije bewijswaardering toepaste. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het oordeel van het Hof bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; belanghebbende wordt niet als ondernemer aangemerkt voor de omzetbelasting.