ECLI:NL:HR:2000:AA4643
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering en splitsing erf bij veehoudersbedrijf
Belanghebbende, exploitant van een veehoudersbedrijf, kreeg voor 1991 een aanslag opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 112.150, die na bezwaar en beroep bij het Hof werd verminderd tot ƒ 110.540. De kern van het geschil betrof de waardering en splitsing van een erf, bestaande uit twee percelen (I en II), waarvan perceel II als tuin diende bij een bedrijfswoning gebouwd voor de dochter van belanghebbende.
Het Hof oordeelde dat de percelen als één geheel moesten worden gewaardeerd en dat perceel II bebouwd mocht worden met agrarische bijgebouwen, mede vanwege het bestaan van een schuur. Belanghebbende betwistte dit laatste punt en stelde dat de schuur volledig op perceel I stond. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof onbegrijpelijk omdat belanghebbende wel degelijk concrete stellingen had ingebracht.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.