ECLI:NL:HR:2000:AA4720

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R99/033HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Neleman
  • A. de Savornin Lohman
  • J. Kop
  • H. Heemskerk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over wijziging onderhoudsbijdrage in familierechtelijke geschil

In deze zaak heeft de man, verweerder in cassatie, op 17 december 1997 een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank te Maastricht. Hij verzocht om wijziging van de beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 november 1995, waarin aan hem een onderhoudsbijdrage was opgelegd voor de vrouw, verzoekster tot cassatie. De man vroeg om de onderhoudsbijdrage met ingang van 1 januari 1998 te laten vervallen. De vrouw heeft dit verzoek bestreden. De Rechtbank heeft op 14 april 1998 beslist dat de verplichting tot betaling van de onderhoudsbijdrage met ingang van 1 mei 1998 is beëindigd, maar heeft het meer of anders verzochte afgewezen. Hierop heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof, dat op 18 december 1998 de beschikking van de Rechtbank heeft bekrachtigd.

Tegen deze beslissing heeft de vrouw cassatie ingesteld. In het cassatierekest zijn de gronden van het beroep uiteengezet. De man heeft verzocht om het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal Spier heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten geen nadere motivering behoeven, omdat ze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Op 4 februari 2000 heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. De beschikking is gegeven door de raadsheren Neleman (voorzitter), De Savornin Lohman en Kop, en is in het openbaar uitgesproken door raadsheer Heemskerk.

Uitspraak

4 februari 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/033HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr R.W.L. Russell,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr E.J.P. Nolet.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 17 december 1997 ter griffie van de Rechtbank te Maastricht ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 november 1995 in die zin te wijzigen dat de daarbij aan hem opgelegde onderhoudsbijdrage voor verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - met ingang van 1 januari 1998, althans met ingang van zodanige datum als door de Rechtbank te bepalen, komt te vervallen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 1998 bepaald dat de verplichting tot betaling van een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 mei 1998 is beëindigd, en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 18 december 1998 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Neleman, als voorzitter, De Savornin Lohman en Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op
4 februari 2000.