ECLI:NL:HR:2000:AA4874
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- De Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering opheffing executoriaal beslag op onroerende zaken
Amsem, eiseres tot cassatie, had in kort geding gevorderd dat het executoriaal beslag gelegd door verweerders op bepaalde onroerende zaken zou worden opgeheven. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wees deze vordering af. Amsem stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.
Tegen dit arrest stelde Amsem vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad. Verweerders en de erfgenamen verschenen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De advocaat van Amsem lichtte de zaak toe, terwijl de Advocaat-Generaal Langemeijer adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van Amsem onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het beroep. Tevens veroordeelde de Hoge Raad Amsem in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerders en erfgenamen nihil werden begroot.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen dat het executoriaal beslag op de onroerende zaken terecht is gelegd en niet ongedaan wordt gemaakt. De procedure toont de gang van kort geding via hoger beroep tot cassatie in civiele zaken betreffende executoriaal beslag.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Amsem wordt verworpen en het executoriaal beslag blijft gehandhaafd.