ECLI:NL:HR:2000:AA4895
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Aaftink
- raadsheer Van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid zonder tewerkstellingsvergunning ondanks EG-Polen associatieovereenkomst
In deze zaak stond centraal of de verdachte terecht was veroordeeld voor het vijfmaal overtreden van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) door het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. Het hof had het vonnis van de Economische Politierechter vernietigd en de verdachte veroordeeld tot vijfmaal een geldboete.
De verdediging voerde in cassatie aan dat op grond van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en Polen van 16 december 1991 geen tewerkstellingsvergunning mocht worden verlangd, zodat de verdachte ontslagen had moeten worden van alle rechtsvervolging. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze overeenkomst niet belet dat voor arbeid in Nederland door Poolse personen een tewerkstellingsvergunning vereist is.
Verder werd het verweer afgewezen dat de Poolse vreemdelingen zich binnen de vrije termijn van drie maanden bevonden waarin geen vergunning nodig zou zijn. De Hoge Raad vond geen grond om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef de veroordeling van de verdachte in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen blijft in stand.