ECLI:NL:HR:2000:AA5115
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Bleichrodt
- raadsheer Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- raadsheer Koster
- raadsheer Aaftink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring verzet wegens niet tijdige griffierechtbetaling
De betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar werd door de Kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van art. 26, vierde lid, WAHV iedere indiener die het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, een nieuwe termijn moet krijgen om dit alsnog te doen.
De kantonrechter had de betrokkene niet de gelegenheid geboden het verzuim te herstellen, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was. De Hoge Raad vernietigt daarom de beslissing en wijst de zaak terug naar de Kantonrechter voor inhoudelijke behandeling van het verzet.
Daarnaast bepaalt de Hoge Raad dat het reeds betaalde bedrag aan zekerheid wordt gerestitueerd, behoudens het griffierecht. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de griffierechtplicht en de procedurele rechten van verzetindieners bij administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige griffierechtbetaling en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.