ECLI:NL:HR:2000:AA5116
Hoge Raad
- Cassatie
- Davids
- Koster
- Aaftink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vertegenwoordiging officier van justitie door parketsecretaris bij bestuursstrafzaak snelheidsovertreding
De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid op autosnelwegen bij wegwerkzaamheden met een snelheid tot 10 km per uur. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. In cassatie klaagde betrokkene dat de officier van justitie zich niet had mogen laten vertegenwoordigen door een parketsecretaris tijdens de terechtzitting.
De Hoge Raad oordeelt dat er geen wettelijke belemmering bestaat voor een dergelijke vertegenwoordiging, ook niet op grond van de Algemene wet bestuursrecht of het Wetboek van Rechtsvordering. De parlementaire geschiedenis bevestigt dat mandaatverlening voor het optreden ter zitting door het Openbaar Ministerie niet categorisch is uitgesloten, met name in bestuursstrafzaken zoals Wet Mulder-zaken.
Daarnaast wees de Hoge Raad het motiveringsklacht van betrokkene af over het ontbreken van een verkeersbesluit voor de plaatsing van het snelheidsbord, omdat de kantonrechter terecht oordeelde dat op grond van de BABW de plaatsing zonder verkeersbesluit kan plaatsvinden bij wegwerkzaamheden.
Het cassatieberoep faalt voorts omdat het oordeel van de kantonrechter niet onbegrijpelijk is en feitelijke gronden in cassatie niet kunnen worden getoetst. De Hoge Raad bevestigt daarmee de beslissing van de kantonrechter en verwerpt het beroep in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslissing van de kantonrechter blijft in stand.