ECLI:NL:HR:2000:AA5120
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- raadsheer Koster
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kostenveroordeling bij gegrondverklaring beroep bestuursrecht
In deze zaak heeft de betrokkene beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter te Zaandam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond, maar sprak geen kostenveroordeling uit tegen de officier van justitie. De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 13a WAHV en het Besluit proceskosten bestuursrecht de kantonrechter bij gegrondverklaring van het beroep in beginsel de officier van justitie moet veroordelen in de proceskosten die de betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken.
De Hoge Raad stelt dat het niet vereist is dat een partij uitdrukkelijk om een kostenveroordeling verzoekt en dat het ontbreken van een motivering voor het niet opleggen van een kostenveroordeling onvoldoende is. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het geen kostenveroordeling bevat en veroordeelt de officier van justitie tot vergoeding van de proceskosten, bestaande uit verletkosten en reiskosten, ter hoogte van fl 83,04.
Ten aanzien van kosten in cassatiefase oordeelt de Hoge Raad dat geen kostenveroordeling wordt uitgesproken omdat niet aannemelijk is dat in die fase kosten zijn gemaakt die onder het Besluit vallen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken op 14 maart 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de officier van justitie tot vergoeding van proceskosten van fl 83,04 aan de betrokkene.