ECLI:NL:HR:2000:AA5137
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Korthals Altes
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering landbouwgrond op toekomstige niet-agrarische bestemming voor vermogensbelasting
Belanghebbende, samen met zijn echtgenote eigenaar van een rundveehouderij, bracht landbouwgrond in de maatschap in die tot zijn ondernemingsvermogen behoort. Voor het jaar 1996 werd een aanslag vermogensbelasting opgelegd op basis van een waardering die de Inspecteur verhoogde met bestemmingswijzigingswinst. Belanghebbende betwistte deze aanslag en voerde onder meer aan dat de waardering onjuist was.
Het Hof stelde vast dat de landbouwgrond op 1 januari 1996 niet duurzaam een agrarische functie zou blijven vervullen, omdat er al plannen waren voor stadsuitbreiding en wijziging van het bestemmingsplan. Het Hof oordeelde dat de grond gewaardeerd moest worden op de verkoopwaarde in vrij opleverbare staat, verminderd met de waarde van een gebruiksrecht op gelijkwaardige agrarische grond.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep in cassatie. Het oordeel van het Hof dat ook toekomstige bestemmingen die een koper kan verwachten meewegen in de waardering, werd als juist beschouwd. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het ontbreken van een formeel bestemmingsplan op het moment van waardering niet afdoet aan deze waarderingsgrondslag.
De Hoge Raad wees ook het verzoek tot proceskostenveroordeling af en stelde het arrest in het openbaar vast op 15 maart 2000.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag vermogensbelasting blijft gehandhaafd op basis van de waardering met toekomstige niet-agrarische bestemming.