ECLI:NL:HR:2000:AA5222
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Korthals Altes
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hypotheekrenteaftrek bij schuld aan derde eigenaar woning
Belanghebbende was economisch eigenaar van een woning waarvan de juridische eigendom bij een coöperatieve vereniging lag. Voor het jaar 1993 werd hem een aanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij de betaalde rente over zijn schuld aan deze vereniging niet als hypotheekrente werd aangemerkt. Na bezwaar en beroep bij het hof werd deze aanslag gehandhaafd.
In cassatie stelde belanghebbende dat de renteaftrek ten onrechte werd geweigerd omdat de woning weliswaar was verhypothekeerd, maar niet voor zijn schuld, doch voor een schuld van de vereniging aan een bank. Tevens stelde hij dat hij op grond van brieven van de Staatssecretaris mocht vertrouwen op een gelijke behandeling als bij derdenhypotheken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat de schuld niet verzekerd was door hypotheek op de eigen woning van belanghebbende, zoals vereist in artikel 47a, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep faalde ook omdat de situatie van belanghebbende niet gelijkgesteld kon worden met derdenhypotheken. Verder werd geoordeeld dat het verschil in behandeling tussen schulden met en zonder hypotheek op de eigen woning objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege uitvoerbaarheid.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de rente niet als hypotheekrente aftrekbaar is.