ECLI:NL:HR:2000:AA5223
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake omzetbelasting bezwaar en bevestigt ongegrondverklaring
X B.V. heeft over het tijdvak maart 1995 een bedrag aan omzetbelasting van ƒ 17.640,-- voldaan en bezwaar gemaakt tegen een deel hiervan, te weten ƒ 6.986,--. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna X B.V. beroep instelde bij het Hof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, maar achtte X B.V. kennelijk ontvankelijk in haar bezwaar.
X B.V. stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, maar constateerde dat het Hof het bezwaar ten onrechte ontvankelijk had geacht en daardoor de uitspraak van de Inspecteur niet had moeten handhaven. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur en verklaarde het bezwaar van X B.V. ongegrond.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de door X B.V. gemaakte griffierechten en proceskosten in cassatie, en de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten voor het Hof. Het arrest werd op 22 maart 2000 uitgesproken door raadsheren De Moor, Van Vliet en Lourens.
Uitkomst: Het bezwaar van X B.V. wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof en de Inspecteursuitspraak worden vernietigd.