ECLI:NL:HR:2000:AA5258
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Stortingsplicht oprichters besloten vennootschap en bankrekeningbeheer
In deze zaak stond centraal of de oprichters van Wachtkamer Televisie Nederland B.V. (WTN B.V.) hun stortingsplicht hadden nagekomen. De oprichting vond plaats met een geplaatst kapitaal van ƒ 90.000, verdeeld in 90 aandelen. De storting vond plaats via een bankrekening die op naam stond van de vennootschap in oprichting (rekening 2), maar het bedrag was afkomstig van een andere rekening (rekening 1) die toebehoorde aan de vennootschap onder firma "Wachtkamer Televisie Nederland B.V. i.o.", waarvan de oprichters vennoten waren.
De Hoge Raad bevestigde dat volgens artikel 2:203a BW het gestorte kapitaal daadwerkelijk ter beschikking van de vennootschap moet staan op een afzonderlijke rekening, en dat het niet volstaat dat het bedrag slechts tijdelijk op een rekening van de vennootschap in oprichting is bijgeschreven als het direct weer wordt teruggeboekt. In dit geval was het bedrag van ƒ 90.000 op 14 september 1992 overgeschreven naar rekening 2, maar een dag na de oprichting werd dit bedrag teruggeboekt naar rekening 1.
Het hof had geoordeeld dat deze terugboeking het gebrek aan daadwerkelijke storting niet wegneemt, ook al werd de schuld aan de bank door de vennootschap na samenvoeging van de rekeningen geaccepteerd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de oprichters en bevestigde dat zij niet aan hun stortingsplicht hadden voldaan. Tevens werd geoordeeld dat het tijdsverloop tussen de aanvaarding van het positieve saldo en de debitering geen betekenis had vanwege de snelle samenvoeging van de rekeningen.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers in de kosten van het geding en wees het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de oprichters niet aan hun stortingsplicht hadden voldaan.