ECLI:NL:HR:2000:AA5260
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwangmiddelen bij omgangsregeling tussen vader en minderjarige kinderen
De vader vorderde in kort geding dat de moeder zou worden veroordeeld tot medewerking aan een omgangsregeling met hun minderjarige kinderen, vastgesteld door het Gerechtshof Amsterdam, met toepassing van dwangmiddelen zoals lijfsdwang bij niet-nakoming.
De rechtbank en het hof wezen deze vordering af, waarbij het hof oordeelde dat het verbinden van dwangmiddelen aan de omgangsregeling niet in het belang van de kinderen was en derhalve niet geïndiceerd. De Hoge Raad bevestigde dat het belang van het kind leidend is bij de vraag of dwangmiddelen aan een omgangsregeling kunnen worden verbonden.
Het cassatieberoep van de vader faalde, onder meer omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting hanteerde en de beoordeling van feitelijke omstandigheden niet in cassatie kan worden getoetst. Ook werd geoordeeld dat het weigeren van dwangmiddelen niet in strijd is met de artikelen 1, 8, 13 en 14 EVRM.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat dwangmiddelen niet mogen worden verbonden aan de omgangsregeling.