ECLI:NL:HR:2000:AA5291
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over niet-ontvankelijkheid beroep wegens te laat betalen griffierecht bij navorderingsaanslagen
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1993 en 1994. Tegen deze aanslagen werd bezwaar gemaakt, waarbij het bezwaar tegen 1993 werd gehandhaafd en het bezwaar tegen 1994 niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende stelde beroep in bij het Hof, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege te late betaling van het griffierecht.
Het Hof splitste het beroepschrift ambtshalve in twee afzonderlijke beroepen voor 1993 en 1994 en zond een nota griffierecht toe voor het beroep over 1994. Belanghebbende betaalde het griffierecht niet tijdig, waarna het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende stelde verzet in tegen deze beslissing, dat door het Hof ongegrond werd verklaard.
In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard voor 1993, omdat belanghebbende niet de gelegenheid is geboden het beroepschrift te splitsen en opnieuw te worden gewezen op het griffierecht. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof en gelast dat belanghebbende opnieuw wordt gewezen op de griffierechten voor beide beroepen. Tevens wordt het betaalde griffierecht voor het cassatieberoep aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof en gelast dat belanghebbende opnieuw wordt gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht voor beide beroepen.