ECLI:NL:HR:2000:AA5318

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
Rek.nr. R99/089HR Rek.nr. R99/090HR Rek.nr. R99/09
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Herrmann
  • Van der Putt-Lauwers
  • Fleers
  • Heemskerk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a ROHuurprijzenwet woonruimte Art. 28
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt huurprijsverhogingen in samenhangende huurzaken

In deze zaak hebben huurders bij het Kantongerecht Amsterdam verzocht om de huurprijs van hun woning vast te stellen op het niveau van 31 januari 1996, met afwijzing van de inhaalhuurverhogingen over 1993, 1994 en 1995. De stichting, als verhuurder, heeft dit verzoek bestreden.

De Kantonrechter heeft bij beschikking van 30 juli 1998 de huurprijs per 1 februari 1996 vastgesteld op het niveau van 31 januari 1996, vermeerderd met de gevraagde huurverhogingen van respectievelijk 5,5%, 5,5% en 4,5% voor de jaren 1993, 1994 en 1995. Huurders zijn tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan, maar de Rechtbank Amsterdam heeft het beroep op 17 maart 1999 verworpen en hen veroordeeld in de proceskosten.

Tegen deze uitspraak is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarbij werd overwogen dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geen nadere motivering behoeven. Tevens is de proceskostenveroordeling gehandhaafd, waarbij rekening is gehouden met het feit dat het om negen samenhangende zaken gaat met identieke verweerschriften.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurders wordt verworpen en de eerdere vaststelling van huurprijsverhogingen wordt bevestigd.

Uitspraak

31 maart 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/089HR Rek.nr. R99/090HR Rek.nr. R99/091HR Rek.nr. R99/092HR Rek.nr. R99/093HR Rek.nr. R99/094HR Rek.nr. R99/095HR Rek.nr. R99/096HR Rek.nr. R99/097HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[huurders en huursters],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr A.B.B. Beelaard,
t e g e n
de stichting BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE METAALNIJVERHEID, thans genaamd STICHTING BEDRIJFSFONDS VOOR DE METAAL EN TECHNISCHE BEDRIJFSTAKKEN,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr drs K.M. van Holten.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 januari 1997 ter griffie van het Kantongerecht te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [huurders en huursters] - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht de huurprijs van de door haar gehuurde woning vast te stellen op het niveau van 31 januari 1996, met afwijzing van de per 1 februari 1996 verzochte inhaalhuurverhogingen over 1993, 1994, en 1995 van respectievelijk 5,5%, 5,5% en 4,5%.
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de stichting - heeft het verzoek bestreden.
Bij beschikking van 30 juli 1998 heeft de Kantonrechter de huurprijs van de onderhavige woning per 1 februari 1996 vastgesteld op het niveau dat gold per 31 januari 1996, verhoogd met 5,5% als huurverhoging 1993, 5,5% als huurverhoging 1994 en 4,5% als huurverhoging 1995, en de gedingkosten gecompenseerd.
Tegen deze beschikking heeft [huurders en huursters] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam.
Bij beschikking van 17 maart 1999 heeft de Rechtbank het beroep tegen de tussen partijen op 30 juli 1998 in deze zaak gegeven beschikking van de Kantonrechter te Amsterdam verworpen en [huurders en huursters] in de kosten van het geding veroordeeld.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [huurders en huursters] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De stichting heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [huurders en huursters] heeft bij brief van 4 februari 2000 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 In de omstandigheid dat het hier gaat om negen samenhangende zaken en in die zaken in cassatie - behoudens de persoonsgegevens - identieke verweerschriften zijn ingediend, vindt de Hoge Raad aanleiding de veroordeling van [huurders en huursters] in de proceskosten te beperken als na te melden.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [huurders en huursters] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de stichting begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 500,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Herrmann, als voorzitter, Van der Putt-Lauwers en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 31 maart 2000.