ECLI:NL:HR:2000:AA5318
Hoge Raad
- Cassatie
- Herrmann
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt huurprijsverhogingen in samenhangende huurzaken
In deze zaak hebben huurders bij het Kantongerecht Amsterdam verzocht om de huurprijs van hun woning vast te stellen op het niveau van 31 januari 1996, met afwijzing van de inhaalhuurverhogingen over 1993, 1994 en 1995. De stichting, als verhuurder, heeft dit verzoek bestreden.
De Kantonrechter heeft bij beschikking van 30 juli 1998 de huurprijs per 1 februari 1996 vastgesteld op het niveau van 31 januari 1996, vermeerderd met de gevraagde huurverhogingen van respectievelijk 5,5%, 5,5% en 4,5% voor de jaren 1993, 1994 en 1995. Huurders zijn tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan, maar de Rechtbank Amsterdam heeft het beroep op 17 maart 1999 verworpen en hen veroordeeld in de proceskosten.
Tegen deze uitspraak is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen, waarbij werd overwogen dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geen nadere motivering behoeven. Tevens is de proceskostenveroordeling gehandhaafd, waarbij rekening is gehouden met het feit dat het om negen samenhangende zaken gaat met identieke verweerschriften.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurders wordt verworpen en de eerdere vaststelling van huurprijsverhogingen wordt bevestigd.