ECLI:NL:HR:2000:AA5320
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Fleers
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsdekking bij schade tijdens lossen bulklading tankwagens
In deze zaak stond centraal welke verzekeringsovereenkomst aansprakelijkheid dekt voor schade veroorzaakt tijdens het lossen van bulklading uit tankwagens van Cementbouw B.V. De vraag was of de schade viel onder de WAM-verzekering van Alpina of de AVB-verzekering van Royal. De tankwagens waren uitgerust met een compressor die de bulktank onder druk bracht om de lading via slangen te lossen. In drie gevallen ontstond schade doordat een mangatdeksel werd weggeblazen of een scheur in de bulktank ontstond.
De rechtbank wees de vordering van Alpina toe en wees de reconventionele vordering van Royal af. Het hof stelde dat de oorzaak van de schade bepalend is voor de verzekeringsdekking: als de schade het gevolg is van een gebrek aan het motorrijtuig, valt deze onder de WAM-verzekering; anders onder de AVB-verzekering. Het hof nam aan dat de schade waarschijnlijk door een gebrek aan het voertuig werd veroorzaakt en legde het bewijsrisico bij Alpina.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Alpina. Het hof had de woorden "anders dan bij het laden of lossen" in de WAM-verzekering niet als uitsluiting opgevat, omdat de oorzaak van de schade in het motorrijtuig lag. Het hof mocht het bewijsrisico bij Alpina leggen en haar gelegenheid geven dit te weerleggen. De klachten over onvoldoende motivering en het niet erkennen van bedieningsfouten faalden omdat het hof aannemelijk had gemaakt dat de schade door een gebrek aan het voertuig was veroorzaakt.
De Hoge Raad veroordeelde Alpina in de kosten van het geding in cassatie en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Alpina wordt verworpen; de schade valt onder de WAM-verzekering en het bewijsrisico ligt bij Alpina.