ECLI:NL:HR:2000:AA5537
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt evenredige toerekening van kosten bij meerdere inkomensbronnen
Belanghebbende, medisch specialist verbonden aan het A ziekenhuis en in dienst bij het B ziekenhuis, kreeg voor 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde een lagere aanslag vast. Belanghebbende stelde dat de kosten die deels betrekking hadden op winst uit onderneming en deels op dienstbetrekking volledig ten laste van de onderneming moesten komen.
Het Hof oordeelde dat de kosten niet uitsluitend betrekking hadden op de onderneming en dat deze daarom naar evenredigheid moesten worden toegerekend aan de verschillende inkomensbronnen. Dit oordeel werd in cassatie bevestigd door de Hoge Raad, die stelde dat de wet geen volledige toerekening aan de onderneming ondersteunt wanneer kosten ook voor andere bronnen zijn gemaakt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd dat de kosten proportioneel moeten worden verdeeld over de verschillende inkomstenbronnen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat kosten die niet uitsluitend betrekking hebben op één inkomensbron naar evenredigheid moeten worden toegerekend.