ECLI:NL:HR:2000:AA5593
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Jansen
- Fleers
- O. de Savornin Lohman
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over onrechtmatige voorlopige hechtenis en schadevergoeding notaris Sint Maarten
Eiser, een notaris te Sint Maarten, werd in 1993 in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van diverse strafbare feiten, waaronder medeplegen van valsheid in geschrifte en oplichting. Na een langdurige instructie werd hij buiten vervolging gesteld wegens onvoldoende aanwijzingen van schuld.
Eiser vorderde vervolgens schadevergoeding van het Land en de Staat wegens onrechtmatige gevangenneming en de wijze en duur daarvan. Het Gerecht in Eerste Aanleg wees de vordering af, het Hof stelde eiser deels in het gelijk tegen het Land, maar niet tegen de Staat.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof voor zover het Land aansprakelijk werd gehouden, omdat enkel het ontbreken van een bewezenverklaring onvoldoende is voor aansprakelijkheid. De Hoge Raad bevestigde het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg en verwierp het beroep van eiser. De vordering tot schadevergoeding faalde omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn onschuld uit de strafzaak bleek of dat het dwangmiddel onrechtmatig was toegepast.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de proceskosten en wees het incidenteel beroep van het Land toe. De zaak benadrukt de strikte voorwaarden waaronder aansprakelijkheid voor onrechtmatige voorlopige hechtenis kan worden aangenomen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis en bevestigt het vonnis van de eerste aanleg.