ECLI:NL:HR:2000:AA5612
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen uitspraak vennootschapsbelasting aanslag 1992
Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 391.660,--. Tegen deze uitspraak van de Inspecteur kwam belanghebbende in beroep bij het Hof te ’s-Gravenhage, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees tevens een veroordeling in proceskosten af, omdat geen gronden aanwezig waren voor een dergelijke veroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest werd vastgesteld op 26 april 2000 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. tegen het arrest van het Hof werd verworpen.