ECLI:NL:HR:2000:AA5612

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35399
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • D.G. van Vliet
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen uitspraak vennootschapsbelasting aanslag 1992

Belanghebbende, X B.V., kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 391.660,--. Tegen deze uitspraak van de Inspecteur kwam belanghebbende in beroep bij het Hof te ’s-Gravenhage, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.

Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees tevens een veroordeling in proceskosten af, omdat geen gronden aanwezig waren voor een dergelijke veroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Het arrest werd vastgesteld op 26 april 2000 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. tegen het arrest van het Hof werd verworpen.

Uitspraak

Nr. 35399
26 april 2000
gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 18 mei 1999 betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar bedrag van ƒ 391.660,--.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van het middel van cassatie
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 26 april 2000 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet, P.J. van Amersfoort en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.