ECLI:NL:HR:2000:AA5624
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitdeling in rekening-courant en verwerpt cassatieberoep belastingplichtige
Belanghebbende bracht in 1983 zijn tandartspraktijk in een besloten vennootschap (B.V.) in. In 1993 sloten belanghebbende, de B.V. en de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst over de fiscale behandeling van een debetstand in de rekening-courant tussen belanghebbende en de B.V. Volgens deze overeenkomst zou een niet weggewerkte debetstand per 31 december 1994 als uitdeling worden aangemerkt en tot het belastbare inkomen van belanghebbende worden gerekend.
In 1994 gingen belanghebbende en de B.V. een vennootschap onder firma aan, waarbij de debetstand werd omgezet in een kapitaaldeelname. Het Hof oordeelde echter dat materieel de vordering van de B.V. op belanghebbende bleef bestaan en dat de positie van de B.V. verslechterde, zodat de uitdeling alsnog werd aangenomen.
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden getoetst. Ook faalden de middelen die stelden dat onvoldoende winst aanwezig was voor de uitdeling en dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en handhaaft de aanslag en het oordeel over de uitdeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de debetstand als uitdeling moet worden aangemerkt.