ECLI:NL:HR:2000:AA5951
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit afgewezen
Verzoeker heeft bij de Rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om vaststelling dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek werd door de Staat bestreden en door de Rechtbank bij beschikking van 13 januari 1999 afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal, die tot verwerping van het beroep strekte. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalt en verwierp het beroep in cassatie.
De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 26 mei 2000. Daarmee bleef de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is verworpen en het verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit is afgewezen.