ECLI:NL:HR:2000:AA6158
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- O. De Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van gelijktijdige uitspraak echtscheiding en scheiding van tafel en bed
De zaak betreft een verzoek tot echtscheiding en nevenvoorzieningen tussen partijen die sinds 1974 gehuwd zijn. De man verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken, terwijl de vrouw primair het verzoek afwees en subsidiair scheiding van tafel en bed vorderde. De rechtbank sprak echtscheiding uit en wees het verzoek tot scheiding van tafel en bed af. De vrouw ging in hoger beroep, waarop het Hof de echtscheiding bekrachtigde en de scheiding van tafel en bed alsnog uitsprak.
De vrouw stelde in cassatie dat het Hof onjuist handelde door beide uitspraken in één beschikking te combineren, omdat echtscheiding en scheiding van tafel en bed elkaar uitsluiten. De Hoge Raad verwierp dit middel en stelde dat zolang echtscheiding niet is ingeschreven in de registers, de scheiding van tafel en bed rechtsgeldig blijft. Bij inschrijving van de echtscheiding eindigt het huwelijk en verliest de scheiding van tafel en bed betekenis.
De Hoge Raad concludeerde dat het gelijktijdig uitspreken van beide voorzieningen in één beschikking geen onaanvaardbare rechtsgevolgen heeft en verwierp het cassatieberoep. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren op 9 juni 2000.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het Hof mocht zowel echtscheiding als scheiding van tafel en bed in één beschikking uitspreken.