ECLI:NL:HR:2000:AA6160
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt terugvordering ten onrechte ontvangen bijstand wegens zelfstandige activiteiten
Verzoeker ontving van 1993 tot 1996 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW). De gemeente stelde dat verzoeker ten onrechte bijstand had ontvangen over de periode 1 juni 1995 tot 1 april 1996, omdat hij als striptekenaar zelfstandige activiteiten verrichtte en daarom niet als werkloze werknemer kon worden aangemerkt. De gemeente vorderde terugbetaling van ƒ 18.151,90.
De kantonrechter en rechtbank wezen het verzoek van de gemeente toe en bevestigden dat verzoeker bedrijfsmatig als zelfstandige werkte en niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt. De rechtbank ging uit van het oude recht, omdat de feiten zich deels voordeden vóór 1 januari 1996.
De Hoge Raad oordeelde dat terugvordering slechts mogelijk is indien bijstand niet zou zijn verleend als juiste en volledige inlichtingen waren verstrekt. De rechtbank had niet onderzocht of verzoeker, ondanks zijn zelfstandige activiteiten, recht had op een andere uitkering, bijvoorbeeld op grond van tijdelijke ontheffing of regeling voor beginnende zelfstandigen. Ook was niet relevant dat verzoeker niet had gemeld dat hij als zelfstandige werkte. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.