ECLI:NL:HR:2000:AA6206
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens opzet en toepassing Besluit Bestuurlijke Boeten
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het jaar 1997, inclusief een verhoging van honderd procent waarvan de Inspecteur kwijtschelding verleende tot 10 procent. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze verhoging gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de Inspecteur aanvankelijk alleen grove schuld had gesteld en niet later opzet mocht claimen. De Hoge Raad oordeelde dat uit de brief van de Inspecteur bleek dat de verschillen in de aangiften zo groot waren dat opzet aannemelijk was.
Het Hof had geoordeeld dat de Inspecteur terecht de verhoging niet verder had kwijtgescholden dan tot 10 procent, maar de Hoge Raad stelde vast dat op grond van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998, dat per 1 januari 1998 van kracht werd, in geval van opzet en vrijwillige verbetering na die datum een strafmaat van 5 procent geldt. Omdat belanghebbende na 1 januari 1998 vrijwillig haar aangifte had verbeterd, moest de verhoging worden verminderd tot 5 procent.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de beschikking van de Inspecteur voor zover deze de verhoging betrof, en legde de Staatssecretaris van Financiën op de kosten van het cassatiegeding te vergoeden. Tevens werden de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende aan de Staat toegekend.
De overige klachten werden niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad kon de zaak zelf afdoen en deed dat op 14 juni 2000.
Uitkomst: De belastingverhoging wordt verminderd van 10 procent naar 5 procent wegens opzet en vrijwillige verbetering na 1 januari 1998.