ECLI:NL:HR:2000:AA6340
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg huurovereenkomst over bodemverontreiniging bij oplevering bedrijfsterrein
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de Gemeente Nuth, de verkopers van aandelen in Transportbedrijf B.V. en de koper, over de verplichtingen tot sanering van bodemverontreiniging bij oplevering van een bedrijfsterrein.
De Gemeente had zich aan de zijde van de koper gevoegd en stelde dat de verkopers op grond van een garantie in de koopovereenkomst aansprakelijk waren voor kosten van het in schone staat opleveren van het terrein. De verkopers betwistten dit. De Rechtbank had bepaald dat de verkopers moesten bewijzen dat het aangebrachte asfalt van de Gemeente afkomstig was en dat de koper en de Gemeente moesten bewijzen dat het puin tijdens de huurtijd was aangebracht.
Het Hof verwierp het beroep van de Gemeente tegen dit tussenvonnis en oordeelde dat uit de huurovereenkomst niet volgt dat de huurder verplicht is bodemverontreiniging die niet door hem is veroorzaakt te verwijderen. Ook wees het Hof de uitleg van de clausule over het aanvaarden van het gehuurde in de staat waarin het zich bevindt toe, waarbij afstand van acties wegens verborgen gebreken alleen ziet op het recht van de huurder jegens de verhuurder.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en wijst het cassatieberoep van de Gemeente af. De Hoge Raad benadrukt dat de uitleg van de huurovereenkomst aan het Hof als feitenrechter is voorbehouden en dat de wettelijke regeling niet meebrengt dat de huurder verplicht is reeds bestaande bodemverontreiniging te saneren. De Gemeente wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen; de huurder is niet verplicht bodemverontreiniging te verwijderen die niet door hem is veroorzaakt.