ECLI:NL:HR:2000:AA6733
Hoge Raad
- Cassatie
- Korthals Altes
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling renteaftrek eigen woning bij schuld aan coöperatieve vereniging
Belanghebbende werd voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 66.449,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of de door belanghebbende betaalde rente over zijn schuld aan de coöperatieve vereniging A B.A., de juridische eigenaar van zijn eigen woning waarvan hij economisch eigenaar is, als hypotheekrente in de zin van artikel 47a, lid 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moest worden aangemerkt.
Het Hof stelde vast dat de woning weliswaar was verhypothekeerd, maar niet voor de schuld van belanghebbende, doch voor een schuld van A aan een bank. Hierdoor voldeed de schuld van belanghebbende niet aan het vereiste dat de schuld verzekerd is door hypotheek op de eigen woning. Dit oordeel werd in cassatie niet bestreden.
De Hoge Raad overwoog dat de wetsgeschiedenis van artikel 47a, lid 4, laat zien dat de wetgever uit uitvoerbaarheidsoverwegingen heeft gekozen voor een regeling waarbij alleen rente over schulden die door hypotheek op de eigen woning zijn verzekerd, in aanmerking wordt genomen voor rentevrijstelling. De door belanghebbende betaalde rente kon niet gelijkgesteld worden aan rente van een dergelijke schuld. Ook het oordeel dat de uitvoerbaarheidsredenen een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormen voor het verschil in behandeling werd bevestigd.
De Hoge Raad verwierp het beroep en oordeelde dat geen proceskostenveroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken aan de orde was.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; rente over schuld aan coöperatieve vereniging is niet als hypotheekrente aftrekbaar.