ECLI:NL:HR:2000:AA6753
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- D.H. Beukenhorst
- A.G. Pos
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt premievervangende belastingplicht ondanks godsdienstige bezwaren
Belanghebbende kreeg voor 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gebaseerd op premievervangende belasting vanwege zijn gemoedsbezwaren tegen de volksverzekeringen. Na afwijzing van bezwaar en bevestiging door het Hof, stelde hij beroep in cassatie met klachten over schending van zijn godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad overweegt dat noch de Nederlandse wet noch het ongeschreven recht toestaat dat wettelijke voorschriften op grond van godsdienstige bezwaren buiten toepassing blijven. De vrijheid van godsdienst zoals beschermd in het EVRM en IVBPR omvat niet het recht om zich aan wettelijke premieverplichtingen te onttrekken.
De wetgever heeft een regeling getroffen waarbij gemoedsbezwaarden premievervangende belasting betalen, maar toch aanspraak kunnen maken op uitkeringen. Dit is een redelijke en objectief gerechtvaardigde regeling die de solidariteitsgedachte van de volksverzekeringen beschermt.
Ook het gelijkheidsbeginsel uit artikel 26 IVBPR Pro wordt niet geschonden, omdat ongelijke behandeling alleen verboden is zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging. De fiscale regeling omtrent kinderbijslag en aftrek van buitengewone lasten is eveneens redelijk en gelijkwaardig met andere belastingplichtigen zonder recht op kinderbijslag.
De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde de premievervangende belastingplicht ondanks godsdienstige bezwaren.