ECLI:NL:HR:2000:AA6929
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over bezwaarrecht bij betaling BPM door derde
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had over het tijdvak oktober 1996 BPM betaald via een derde namens haar. De Inspecteur verklaarde het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk omdat volgens het Hof alleen de derde het recht had bezwaar te maken. De Hoge Raad oordeelt echter dat belanghebbende als kentekenhouder zelf ook als degene geldt die de belasting heeft voldaan en dus ook bezwaar kan maken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het cassatieproces.
De uitspraak verduidelijkt de uitleg van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot het bezwaarrecht bij betaling van BPM door een derde namens de belastingplichtige.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming dat ook de kentekenhouder bezwaarrecht heeft.