ECLI:NL:HR:2000:AA7070
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ontbreken nieuw feit
Belanghebbende, een stichting opgericht in 1986 met charitatieve doelstellingen, kreeg voor 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd tot nihil. Vervolgens legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op wegens een belastbaar bedrag van ƒ 2.840,--, welke aanslag na bezwaar en hofuitspraak gehandhaafd bleef.
De Inspecteur baseerde de navordering op een onderzoek in 1996 waaruit bleek dat belanghebbende met de verkoop van wenskaarten een batig saldo behaalde en nauwelijks bedragen aan goede doelen schonk. De Hoge Raad oordeelde dat deze informatie geen nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigt, omdat de Inspecteur eerder geen onderzoek had ingesteld naar de exploitatieoverschotten en de belastingplicht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de navorderingsaanslag, en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. Hiermee werd bevestigd dat navordering alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die de Inspecteur niet eerder kende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens het ontbreken van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.