ECLI:NL:HR:2000:AA7786
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.M. Orie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste kwalificatie en strafoplegging in zaak opzettelijke handel in hashish
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het opzettelijk verkopen van handelshoeveelheden hashish in Amsterdam tussen 1 april en 9 december 1996. Het hof Amsterdam sprak de verdachte vrij van enkele tenlasteleggingen, maar veroordeelde hem tot twee jaar gevangenisstraf voor opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2, lid 1 onder B, van de Opiumwet.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij de Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor wat betreft de kwalificatie en de toepasselijke wetsartikelen. De Hoge Raad oordeelde dat de kwalificatie onjuist was en verbeterde deze naar opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B, van de Opiumwet. Tevens werden de toepasselijke wetsartikelen aangepast van artikel 2 en Pro 10 naar artikel 3 en Pro 11 Opiumwet.
Omdat het hof bij de strafoplegging onterecht uitging van een te hoog strafmaximum, kon het arrest niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de kwalificatie, wetsartikelen en strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde strafoplegging met correcte kwalificatie en wetsartikelen.