ECLI:NL:HR:2000:AA7834
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen vermindering aanslag inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van f 575.741,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van f 126.667,--.
Tegen deze uitspraak van het Hof stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en het verweer van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees tevens proceskostenveroordeling af omdat daartoe geen gronden aanwezig waren volgens artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het beroep werd verworpen en het arrest werd op 25 oktober 2000 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vermindering van de aanslag inkomstenbelasting 1993.