ECLI:NL:HR:2000:AA7844
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bindende vaststellingsovereenkomst over vervangingsreserve melkquotum
Belanghebbende kreeg voor 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en paste de aanslag aan door een investeringsbijdrage te verrekenen. In cassatie stond centraal of het bedrag van f 281.558,--, vrijval van een vervangingsreserve melkquotum, terecht tot de winst werd gerekend.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende en de Inspecteur in juni 1992 een vaststellingsovereenkomst sloten over de vorming van de vervangingsreserve, waarbij belanghebbende akkoord ging met de fiscale behandeling. De Hoge Raad bevestigt dat deze overeenkomst bindend is, ook al was het standpunt van de Inspecteur contra legem, omdat de overeenkomst niet duidelijk in strijd was met de toen geldende regels.
De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en het arrest werd op 25 oktober 2000 uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst over de vervangingsreserve melkquotum.