ECLI:NL:HR:2000:AA7955
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring opzettelijke mishandeling door snijden met auto
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk toebrengen van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer door hem met zijn auto te snijden, waardoor het slachtoffer ten val kwam en een gebroken heupgewricht opliep. Het hof Arnhem sprak verdachte vrij van de primaire tenlastelegging maar veroordeelde hem subsidiair tot een geldboete wegens mishandeling.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof de tenlastelegging had verlaten door te oordelen dat sprake was van snijden zonder dat sprake was van een aanrijding, en dat hetgeen bewezen was verklaard geen mishandeling kon opleveren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de tenlastelegging juist had uitgelegd en dat de bewezenverklaring niet onverenigbaar was met de tenlastelegging. Het hof had geoordeeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat het slachtoffer ten val zou komen en letsel zou oplopen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Er was geen grond om het arrest ambtshalve te vernietigen. De middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en veroordeling van verdachte voor opzettelijke mishandeling met zwaar lichamelijk letsel.