ECLI:NL:HR:2000:AA8106
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aansprakelijkheid bestuurder voor kansspelbelasting over betwiste periode
De ontvanger van de Belastingdienst vorderde betaling van kansspelbelasting van een voormalige bestuurder van Rekrea over de periode van 27 juni 1987 tot en met 3 juli 1988. De rechtbank en het hof wezen de vordering af omdat de bestuurder geen verwijt kon worden gemaakt dat de kansspelbelasting niet was voldaan.
Het hof oordeelde dat de verschuldigdheid van kansspelbelasting in die periode onzeker was, mede doordat de fiscus akkoord ging met omzetbelastingaangiften van Rekrea. Tevens was afgesproken een uitspraak van de Hoge Raad af te wachten over de belastingplicht.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het niet aan de bestuurder was te wijten dat de kansspelbelasting niet was voldaan. Het oordeel was niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en kon in cassatie niet worden getoetst.
De Hoge Raad wees het beroep van de ontvanger af en veroordeelde hem in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ontvanger wordt verworpen en de bestuurder wordt niet aansprakelijk gehouden voor de kansspelbelasting over de betwiste periode.