ECLI:NL:HR:2000:AA8323
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling winsttoerekening bij vrijval passiefpost lening o/g in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 150.507,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. In cassatie is alleen nog in geschil of de winst uit de vrijval van de passiefpost “lening o/g” volledig aan belanghebbendes vader moet worden toegerekend.
Het Hof had geoordeeld dat de winst terecht ten gunste van de vennootschap onder firma werd gebracht en voor de helft aan belanghebbende werd toegerekend. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering en mogelijk een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door uit te gaan van de standaard winstverdeling volgens de firmaakte zonder rekening te houden met afwijkende afspraken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar de juistheid van de stelling dat de vrijval geheel aan belanghebbendes vader toekomt. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.