ECLI:NL:HR:2000:AA8450
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt terugvordering bijstand en verwijst zaak naar Hof Leeuwarden
De Gemeente Delfzijl vorderde van verzoekers terugbetaling van ƒ 154.338,55 wegens ten onrechte ontvangen bijstand over de periode 1990-1994. De Kantonrechter wees dit verzoek af, maar de Rechtbank Groningen vernietigde deze beschikking en veroordeelde verzoekers tot betaling. De Rechtbank baseerde haar oordeel op het feit dat verzoeker werkzaamheden had verricht zonder dit te melden, waardoor de Gemeente het recht op bijstand niet kon vaststellen.
Verzoekers stelden in cassatie onder meer dat de Rechtbank ten onrechte het bewijsaanbod van verzoeker niet had aanvaard omdat dit niet gespecificeerd was. De Hoge Raad oordeelde dat het bewijsaanbod als tegenbewijs in de zin van art. 178 lid 2 Rv Pro moest worden gezien, waarvoor geen specificatie vereist is.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis van de Rechtbank en verwees de zaak naar het Hof Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Gemeente in de kosten van het cassatiegeding.
De overige klachten van verzoekers werden niet behandeld omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtsontwikkeling bevatten.
De beschikking werd gegeven door de vice-president Mijnssen, raadsheren de Savornin Lohman en Kop, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Heemskerk op 24 november 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het Hof Leeuwarden.