ECLI:NL:HR:2000:AA8596
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing op voordeel uit stockoptie-plan in 1994
Belanghebbende was in 1989 werkzaam bij een beursgenoteerde vennootschap en kreeg toen een optie toegekend om aandelen te kopen tegen een vaste prijs. De vennootschap hield toen loonbelasting in en verstrekte een renteloze lening aan belanghebbende. In 1990 werd de dienstbetrekking beëindigd, waarbij afspraken werden gemaakt over de lening en het uitoefenen van de optie.
Belanghebbende oefende de optie niet uit en de Inspecteur stelde het voordeel van f 141.102,-- in 1994 aan als belastbaar inkomen. Het hof bevestigde deze aanslag en oordeelde dat het voordeel niet voortkwam uit een aanspraak die in 1990 belast had moeten worden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het voordeel in 1994 belastbaar was. Het hof heeft de feiten en de overeenkomst juist geïnterpreteerd en voldoende gemotiveerd geoordeeld dat er geen sprake was van een aanspraak die in 1990 belast moest worden. Ook de stelling dat het voordeel een compensatie was voor gederfde inkomsten werd verworpen.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de belastingheffing over het voordeel uit de stockoptie in 1994.