ECLI:NL:HR:2000:AA8599
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting na beroep en cassatie
Belanghebbende, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, kreeg voor de periode van 1 januari 1994 tot en met 31 december 1996 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd ter hoogte van f 2.562,-- zonder verhoging. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroepschrift en het vertoogschrift van de Staatssecretaris van Financiën bestudeerd. Het Hof had geoordeeld dat de door de Inspecteur gemaakte schatting van de integrale kostprijs van de betrokken akten niet onredelijk was en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de werkelijke integrale kostprijs lager was.
De Hoge Raad oordeelt dat deze beoordeling geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en dat de waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie kunnen worden getoetst. Ook is de motivering van het Hof niet onbegrijpelijk of ontoereikend. De middelen falen daarom. Daarnaast ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten volgens artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
De Hoge Raad verwerpt het beroep in cassatie en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van Hof en Inspecteur.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd.