ECLI:NL:HR:2000:AA8603
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- A.E. de Moor
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing teruggaaf omzetbelasting bij erfpacht woningcomplexen
Belanghebbende, de Vereniging A, had de Stichting B opgericht en gaf haar elf woningcomplexen in erfpacht voor tien jaar. De Vereniging bleef beheerwerkzaamheden verrichten op grond van een beheerovereenkomst. Belanghebbende vroeg teruggaaf van omzetbelasting over december 1994, maar de Inspecteur wees dit af omdat de woningen vanaf 30 december 1994 in erfpacht waren gegeven en de belasting over die periode niet aftrekbaar was.
Het Hof bevestigde de afwijzing en oordeelde dat artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing was, waardoor de overdracht als een overdracht van een algemeenheid van goederen werd beschouwd en geen recht op aftrek van voorbelasting bestond. De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie die stelden dat de vestiging van het erfpachtrecht geen prestatie was waarvoor aftrek uitgesloten zou zijn.
De Hoge Raad benadrukte dat degene aan wie de overdracht plaatsvindt, in de plaats treedt van de overdrager voor de berekening van de belasting, waardoor voor de overdrager geen aftrek of herziening mogelijk is. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de teruggaaf van omzetbelasting bevestigd.