ECLI:NL:HR:2000:AA8859

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35656
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.G. Pos
  • L. Monné
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 letter a Wet op belastingen van rechtsverkeerArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting ondanks beroep op vertrouwensbeginsel

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd van f 360.000,-- na de verkrijging van aandelen in A B.V. Deze aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur en bevestigd door het Hof na bezwaar en beroep.

De zaak betrof de levering van 200 aandelen in A B.V. en een latere uitgifte van 100 aandelen aan belanghebbende, gevolgd door certificering van alle aandelen door uitreiking van participatiebewijzen aan derden. Belanghebbende stelde dat op grond van een resolutie van de Staatssecretaris van Financiën een tegemoetkoming in de overdrachtsbelasting had moeten worden verleend en beriep zich op het vertrouwensbeginsel.

Het Hof oordeelde dat de resolutie niet van toepassing was op de situatie waarbij aandelen werden overgedragen door een ander dan degene aan wie de certificaten werden uitgegeven, omdat dit leidde tot een wijziging in de gerechtigdheid tot het vermogen van het onroerendgoedlichaam. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting.

Uitspraak

Nr. 35656
6 december 2000
gewezen op het beroep in cassatie van de stichting Stichting X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 september 1999 betreffende na te melden aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.
1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is terzake van de verkrijging van een onroerende zaak een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd ten bedrage van
f 360.000,--, zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Aan belanghebbende zijn bij akte van 1 juli 1996 ter uitvoering van een op 9 mei 1996 gesloten koopovereenkomst tussen B N.V. en belanghebbende, alle op dat moment uitstaande 200 aandelen, elk nominaal groot f 1.000,--, in het kapitaal van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A B.V. geleverd tegen de overeengekomen koopprijs van f 3.059.050,--. A B.V. is een lichaam als bedoeld in artikel 4, lid 1, letter a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Tijdens een op 1 augustus 1996 gehouden algemene aandeelhoudersvergadering van A B.V. is besloten het geplaatste aandelenkapitaal uit te breiden tot f 300.000,--. Daartoe heeft A B.V. op 27 september 1996 100 aandelen met een nominale waarde van elk f 1.000,-- uitgegeven aan belanghebbende. Belanghebbende heeft na de verkrijging van voornoemde aandelen alle aandelen A B.V. gecertificeerd. Deze certificering heeft plaatsgevonden door uitreiking van participatiebewijzen aan derden voor een nominaal bedrag van f 300.000,--. Alle participatiehouders hadden op 30 mei 1996 de verschuldigde koopsom voor de participaties voldaan.
3.2. In cassatie herhaalt belanghebbende haar voor het Hof verworpen betoog dat haar op grond van de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën van 27 december 1988, nr. IB88/1084, Vakstudie Nieuws 19 januari 1989, blz. 208 e.v., ter zake van de tussen B B.V. en belanghebbende gesloten koopovereenkomst en de daaropvolgende certificering van alle aandelen in A B.V. door uitreiking van participatiebewijzen aan derden, een tegemoetkoming had moeten worden verleend ten bedrage van de verschuldigde overdrachtsbelasting. Belanghebbende beroept zich daarbij op het vertrouwensbeginsel.
3.3. Het Hof heeft geoordeeld dat door de resolutie bij belanghebbende niet het in rechte te honoreren vertrouwen kan zijn gewekt dat de onderhavige verkrijging niet in de heffing zou worden betrokken. Dat oordeel is, gezien de door het Hof vastgestelde, in cassatie niet betwiste feiten en omstandigheden van het geval, juist. De resolutie ziet immers niet op een geval als het onderhavige, waarin de aandelen worden overgedragen door een ander dan degene aan wie de certificaten zullen worden uitgereikt. Een dergelijke overdracht verschilt van het in de resolutie beschreven geval in die zin, dat een wijziging optreedt in de gerechtigdheid tot het vermogen van het onroerendgoedlichaam. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is op 6 december 2000 vastgesteld door de raadsheer A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en op die datum in het openbaar uitgesproken.