ECLI:NL:HR:2000:AA9093
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing winst visserij zonder vaste inrichting VK
Belanghebbende, een in Nederland woonachtige deelvisser, was werkzaam op een Britse viskotter die buiten de 12-mijlszone van de Britse kust viste. Voor het jaar 1989 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd en na bezwaar verminderd met een dubbele belastingvermindering. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd zonder deze vermindering en met een belastingverhoging.
Het Hof vernietigde de navorderingsaanslag deels door de verhoging te verminderen. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 8 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk niet van toepassing is op visserijwinst, omdat dit artikel alleen ziet op exploitatie van schepen in internationaal vervoer.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de winst uit onderneming alleen in Nederland belastbaar is, tenzij deze kan worden toegerekend aan een vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk, wat hier niet het geval was. Ook het argument dat het Verenigd Koninkrijk territoriale gebieden omvatte waar visserijjurisdictie geldt, werd verworpen omdat geen duurzame band met het VK-territorium bestond.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de navorderingsaanslag zonder belastingverhoging gehandhaafd blijft.